Het inleveren van mijn paukenstokken (lees het verhaal hier) bij het Koninklijk Concertgebouw Orkest bij de paukenist Nick Woud heeft voor meer gevolgen gehad. Het programma van die avond bevatte onder andere twee werken van Richard Strauss. Tod und Verklärung en Till Eulenspiegel. Het KCO o.l.v. Andris Nelsons (die mij niet fit leek, greep zich vaak vast aan de leuning van de bok) speelde desondanks een prachtig concert.

Voor mij was het, na vele jaren afwezigheid in de concertzaal, een fijne ervaring om mijn oren weer eens op te frissen, te herijken hoe een echt orkest klinkt en luisteren hoe de werken van Strauss en Wagner in een van de mooiste zalen ter wereld klinkt. 

Met name Tod und Verklärung bleef hangen. Om verschillende redenen. 

Allereerst de muziek zelf. Een periode waarin hij meerdere symfonische gedichten schreef maar waarvan Tod und Verklärung eruit springt vanwege het onderwerp. Een muzikale vertaling van een doodstrijd die uiteindelijk iedereen verliest. En dat voor een jongen van 25 jaar! Bijzonder is het feit dat Strauss op zijn eigen sterfbed – zo’n 60 jaar later – verklaarde tegenover zijn schoondochter dat zijn sterven hetzelfde proces was zoals hij het had gecomponeerd in Tod und Verklärung.

Iets over de muziek: Het werk dat aaneengesloten gespeeld wordt bestaat uit vier delen. Het verhaal vertel ik nu op mijn manier. Je kunt de partituur meelezen en mijn aanwijzingen waar de muziek over gaat. Een persoonlijke interpretatie. Het was aanvankelijk bedoeld als 1 april grap, maar mijn verhaal en uitvoering zijn wel degelijk serieus bedoeld.

Lees hier verder: https://www.fredvogels.nl/tod-und-verklaerung.html